Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
3.De beslissing
officier van justitie niet-ontvankelijkin de strafvervolging van ‘ [verdachte] ’.
Rechtbank Gelderland
De verdachte werd verdacht van poging tot doodslag en vernieling van een politiedienstvoertuig op 5 november 2017 in de gemeente Apeldoorn. De tenlastelegging betrof het met hoge snelheid rammen van een dienstvoertuig met de bedoeling de verbalisanten te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
Tijdens de procedure weigerde de verdachte haar identiteit bekend te maken, ondanks dat zij werd gedagvaard onder een naam en geboortedatum. De rechtbank kon niet vaststellen of de voor de rechtbank verschijnende persoon daadwerkelijk de gedagvaarde verdachte was.
Gezien het ontbreken van een vastgestelde identiteit en het ontbreken van enig ander bewijs dat de aangehouden persoon overeenkomt met de gedagvaarde verdachte, oordeelde de rechtbank dat het voortzetten van de vervolging geen strafrechtelijk belang meer diende.
Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Dit vonnis werd uitgesproken op 6 maart 2018 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Zutphen.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een strafrechtelijk belang door onbekende identiteit van de verdachte.