ECLI:NL:RBGEL:2018:1343
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Y.H.M. Marijs
- C. van Linschoten
- M.W. Stoet
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij hennepkwekerij
Verdachte werd verdacht van het telen, bereiden en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten in een loods te Montferland in de periode november 2016 tot januari 2017. De officier van justitie baseerde haar eis op camerabeelden, verklaringen van medeverdachten en een belastende verklaring van de ex-partner van verdachte.
De verdediging betwistte de geloofwaardigheid van de getuigenverklaringen en stelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor betrokkenheid van verdachte. De rechtbank stelde vast dat verdachte weliswaar op camerabeelden bij de loods was gezien, maar dat hij dit kon verklaren door het gebruik van een container voor bedrijfsafval. Deze verklaring werd niet weersproken.
De belastende verklaring van de ex-partner betrof een eerdere hennepkwekerij in april 2016, niet de periode van de tenlastelegging. Medeverdachten verklaarden dat verdachte namen kende van personen die konden helpen bij het opzetten van een kwekerij, maar dit was onvoldoende voor medeplegen of medeplichtigheid.
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende bewijs was voor medeplegen of medeplichtigheid en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de hennepkwekerij.