Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke verweer van de rechter van 8 februari 2018;
- een emailbericht van de wrakingskamer van 8 februari 2018, waarin aan verzoeker is
,verzonden in twee delen aan de griffie van de
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzieningenrechter die in een kort geding procedure over de afwikkeling van een nalatenschap op 19 februari 2018 een eindvonnis wilde wijzen. Verzoeker stelde dat de voorzieningenrechter vooringenomen was omdat zij ondanks een lopende kantonprocedure toch vonnis wilde wijzen, wat volgens hem in strijd was met de goede procesorde.
De voorzieningenrechter had op verzoek van de eisende partij besloten om zonder nieuwe zitting op 19 februari 2018 vonnis te wijzen. Verzoeker en zijn raadsman maakten bezwaar tegen deze beslissing, maar verzoeker diende vervolgens zelf een wrakingsverzoek in zonder de reactie van de voorzieningenrechter op het bezwaar af te wachten.
De rechtbank overwoog dat verzoeker het wrakingsverzoek te vroeg had ingediend en daardoor de voorzieningenrechter niet de kans had gegeven te reageren op het bezwaar. Ook was de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek zonder verzoeker doorgegaan, wat voor zijn risico kwam. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer en is onherroepelijk. Er is geen nieuwe mondelinge behandeling gehouden en het onderzoek vond plaats op basis van de schriftelijke stukken.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wegens het niet afwachten van een beslissing.