ECLI:NL:RBGEL:2018:1766
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Genietingsmoment nabetaling Wajong-uitkering en belastingheffing 2015
Eiseres ontving in 2015 een nabetaling van haar Wajong-uitkering die betrekking had op de jaren 2011 en 2012, nadat het UWV haar uitkering in 2011 had stopgezet en later hersteld. De belastingdienst nam deze nabetaling mee in het verzamelinkomen van 2015, wat leidde tot een hogere aanslag inkomstenbelasting en terugvordering van zorgtoeslag.
Eiseres betoogde dat de nabetaling aan de jaren 2011 en 2012 moest worden toegerekend om onbillijke belastingheffing te voorkomen, en deed tevens een beroep op de hardheidsclausule. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 3.146 Wet IB 2001 het genietingsmoment bepalend is, namelijk het moment van ontvangst in 2015, en dat de belastingrechter geen ruimte heeft om hiervan af te wijken.
De rechtbank erkende dat de schade het gevolg is van een onjuiste beslissing van het UWV, maar stelde dat de belastingrechter niet bevoegd is om schadevergoeding toe te kennen. Ook het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen wegens onbevoegdheid van de rechtbank. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de nabetaling in 2015 moet worden belast.