Eiser, eigenaar van een perceel dat grenst aan het perceel van derde-partij waarop een paardenbak is gevestigd, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet om handhavend op te treden tegen het gebruik van een gedeelte van het perceel door derde-partij voor paarden.
Het college verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en wees het bezwaar ongegrond, stellende dat eiser geen belanghebbende was. De rechtbank moest beoordelen of de jurisprudentiewijziging van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (uitspraak 16 maart 2016) het criterium voor belanghebbendheid had veranderd, met name of eigenaarschap van een aangrenzend perceel nog steeds voldoende is.
De rechtbank concludeerde dat de jurisprudentielijn van de Afdeling niet was gewijzigd en dat eigenaarschap van het aangrenzende perceel wel degelijk belanghebbendheid oplevert. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed.