Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 13 september 2017
- het proces-verbaal van comparitie van 26 oktober 2017.
2.De feiten
Beoordeling van het geschil
Rechtbank Gelderland
Eiseres, sinds 2011 verzekerd bij Menzis, vordert vergoeding van een suppletiebehandeling met Prolastin voor haar erfelijke stofwisselingsziekte alfa1-antitrypsine deficiëntie, uitgevoerd in Duitsland. Menzis weigert vergoeding omdat de behandeling niet voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk volgens de verzekeringsvoorwaarden en het besluit Zorgverzekering.
Na bemiddeling door de Ombudsman en een bindend advies van de Geschillencommissie SKGZ, waarin het verzoek werd afgewezen, stelt eiseres dat het bindend advies vernietigd moet worden en dat Menzis zelf de vergoeding moet verlenen. De rechtbank overweegt dat partijen gebonden zijn aan het bindend advies, tenzij dat onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, wat niet het geval is.
De rechtbank oordeelt dat de Geschillencommissie de stand van wetenschap en praktijk adequaat heeft beoordeeld aan de hand van evidence-based medicine en het advies van het Zorginstituut Nederland. Nieuwe publicaties aangevoerd door eiseres leiden niet tot een andere conclusie. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat andere verzekeraars niet gebonden zijn aan de polisvoorwaarden van Menzis.
De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat een inhoudelijke herbeoordeling niet aan haar toekomt gezien de geldige vaststellingsovereenkomst en de marginale toetsing die zij moet toepassen.
Uitkomst: Vordering tot vergoeding suppletiebehandeling afgewezen; bindend advies SKGZ blijft van kracht.