ECLI:NL:RBGEL:2018:2266
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar invorderingsrente wegens schending motiveringsplicht
Eiser maakte bezwaar tegen de beschikking invorderingsrente van €339 over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2012. Verweerder weigerde een berekening te geven en wees het bezwaar af zonder eiser te horen.
De rechtbank stelde vast dat de berekening van de invorderingsrente volgens de formule in artikel 30, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 correct was toegepast. De rente werd berekend over 1031 dagen tegen 4% rente, wat het bedrag van €339 rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde echter dat verweerder de motiveringsplicht heeft geschonden door niet uit te leggen hoe de rente werd berekend in de uitspraak op bezwaar en dat daardoor het beroep gegrond is. Omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was, was de hoorplicht niet geschonden.
De rechtbank kende eiser een proceskostenvergoeding toe voor reiskosten en griffierecht. De overige bezwaren van eiser, waaronder discriminatieverwijten en onduidelijkheid over betalingstermijn, werden verworpen. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de motiveringsplicht, uitspraak op bezwaar wordt vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand, en proceskostenvergoeding wordt toegekend.