Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
[minderjarige] [achternaam] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
Het verloop van deze zaak
De beoordeling
De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Gelderland
De kinderrechter van Rechtbank Gelderland heeft op 29 mei 2018 een beslissing genomen in een zaak betreffende een minderjarige die onder toezicht wordt gesteld en uit huis geplaatst. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling van drie maanden en plaatsing van de minderjarige in een gezinshuis. De moeder, opa en oma zijn het eens met de ondertoezichtstelling, maar opa en oma wensen dat de minderjarige bij hen blijft wonen.
De kinderrechter constateert dat de minderjarige ernstige problemen heeft, waaronder vermoedelijke ADHD, ODD, een reactieve hechtingsstoornis en een trauma, en dat de huidige opvoedsituatie bij opa en oma niet meer adequaat is. Ondanks de inzet van pleegzorgbegeleiders en ondersteuning, lukt het opa en oma niet om de opvoeding passend te verzorgen, mede door spanningen binnen de familie en het gedrag van de minderjarige.
Daarom besluit de kinderrechter dat de minderjarige voorlopig onder toezicht wordt gesteld en uit huis wordt geplaatst in een gezinshuis, waar betere zorg en begeleiding mogelijk is. De beslissing is direct uitvoerbaar, ook bij bezwaar of hoger beroep. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en plaatst hem uit huis in een gezinshuis.