ECLI:NL:RBGEL:2018:280
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Jue
- Rechtspraak.nl
Buurman heeft belang bij weigering kapvergunning ondanks geen aanvrager te zijn
Eiser, de buurman van de aanvrager van een kapvergunning, maakt bezwaar tegen de weigering van die vergunning door het college van burgemeester en wethouders. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen aanvrager was en dus geen belanghebbende zou zijn. De rechtbank onderzoekt of eiser belanghebbende is bij het besluit.
De rechtbank overweegt dat belanghebbende is wie een rechtstreeks belang heeft bij het besluit, zoals bepaald in artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Omdat eiser hinder ondervindt van de boom waarvoor de kapvergunning is aangevraagd en het feit dat de aanvrager heeft verklaard de boom te zullen kappen bij vergunningverlening, is het belang van eiser rechtstreeks betrokken bij het besluit. Het feit dat eiser niet de aanvrager is, doet hier niet aan af.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij het verschil wordt gemaakt tussen een toekomstig eigenaar zonder direct belang en een buurman met direct belang. De rechtbank concludeert dat eiser wel belanghebbende is en verklaart het beroep gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt zes weken om inhoudelijk op het bezwaar te beslissen. Tevens wordt verweerder opgedragen het griffierecht en proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en bepaalt dat verweerder binnen zes weken inhoudelijk op het bezwaar moet beslissen.