De officier van justitie heeft een ontnemingsvordering ingediend tegen veroordeelde, die is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk bewerken en verwerken van hennep en hasjiesj. De vordering betreft het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €10.583,40, bestaande uit huur- en voedingskosten bespaard door de illegale activiteiten.
Tijdens de zitting op 22 juni 2018 was veroordeelde niet aanwezig, maar werd bijgestaan door zijn advocaat. De verdediging voerde aan dat niet is vastgesteld dat veroordeelde de kosten voor voeding niet kon betalen en dat hij geen voordeel had van de woning omdat hij anders gratis bij zijn ouders had gewoond.
De rechtbank oordeelde dat het wederrechtelijk voordeel aannemelijk is en volgt de berekening van de officier van justitie. De forfaitaire voedingskosten van €7,13 per dag zijn overgenomen, omdat veroordeelde geen legaal inkomen had en deze kosten uit illegale inkomsten heeft betaald. Ook is vastgesteld dat veroordeelde voordeel genoot doordat de huur vanaf het moment dat hij joints draaide werd betaald door derden. Het verweer dat hij anders gratis bij zijn ouders had gewoond is niet relevant. De ontnemingsvordering wordt daarom toegewezen voor het bedrag van €10.583,40.