Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de wrakingskamer van de rechtbank Gelderland, stellende dat de rechters vooringenomen zouden zijn omdat zij weigerden voorafgaand aan de zitting een beslissing te nemen over het buiten beschouwing laten van een proces-verbaal van een mondelinge behandeling.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een voorafgaande beslissing op dit verzoek niet de schijn van vooringenomenheid wekt en dat er geen objectieve aanwijzingen zijn dat de rechters reeds op voorhand hun beslissing op het wrakingsverzoek mede op dat stuk zouden baseren.
Verder stelde de rechtbank vast dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikt door het verzoek in te dienen zonder te wachten op de zitting, en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde wrakingskamer niet in behandeling zal worden genomen.
De beslissing werd door de drie rechters van de wrakingskamer genomen en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2018. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.