Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[gedaagde 2]
[gedaagde 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 januari 2018
- het proces-verbaal van comparitie van 18 mei 2015.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een vordering van De Oude Muntkelder tegen de bestuurders van Remalin Holding B.V., de enig bestuurder van Mintcellar, wegens onbetaalde huur- en precariobelastingvorderingen. Mintcellar had haar activiteiten beëindigd en haar schuldeisers deels betaald, maar liet de vordering van De Oude Muntkelder onbetaald. De bestuurders werden aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:162 BW Pro en/of 2:11 BW wegens betalingsonwil en onrechtmatige onttrekkingen aan het vermogen.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van De Oude Muntkelder onherroepelijk vaststaat en dat de bestuurders bewust andere schuldeisers hebben betaald terwijl De Oude Muntkelder werd benadeeld. De gekozen constructie waarbij Mintcellar afstand deed van een voor verhaal vatbare vordering op Remalin en activa werden verplaatst naar een nieuw pannenkoekenrestaurant, was onrechtmatig. Dit leidde tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders.
De rechtbank wees de vorderingen van De Oude Muntkelder toe en veroordeelde de bestuurders tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten. De reconventionele vordering tot opheffing van conservatoir beslag werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en werd gewezen door mr. J.R. Veerman op 27 juni 2018.
Uitkomst: Bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gehouden en veroordeeld tot betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.