ECLI:NL:RBGEL:2018:3115
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid ziekenhuis voor schade door PIP-implantaten
Verzoekster liet in 2000 PIP-implantaten plaatsen in het ziekenhuis Canisius-Wilhelmina (CWZ). Deze implantaten bleken later ongeschikt vanwege het gebruik van industriële siliconen in plaats van medicinale siliconen, wat leidde tot een verhoogd risico op scheuren en lekkages. In 2014 werden de implantaten verwijderd en vervangen. Verzoekster stelde het CWZ aansprakelijk voor de schade van de vervangingsoperatie.
De rechtbank overwoog dat de PIP-implantaten ongeschikte hulpzaken zijn in de zin van artikel 6:77 BW Pro, maar dat het CWZ niet toerekenbaar tekort is geschoten omdat het ziekenhuis mocht vertrouwen op het CE-keurmerk en geen aanwijzingen had dat de implantaten ongeschikt waren. Het faillissement van de producent en het feit dat het om een serie gebrekkige hulpmiddelen gaat, rechtvaardigen geen toerekening.
De rechtbank wees het verzoek af en begrootte de proceskosten aan de zijde van verzoekster op €7.209,20, maar veroordeelde het CWZ niet tot betaling daarvan vanwege het ontbreken van aansprakelijkheid.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot aansprakelijkheid van het ziekenhuis af wegens het ontbreken van toerekening van de tekortkoming.