ECLI:NL:RBGEL:2018:3399
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft op 3 juli 2018 tijdens de mondelinge behandeling van de bestuursrechtelijke zaak AWB 17/5934 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. J.A. van Schagen, rechter in deze rechtbank. Direct na aanvang van de zitting heeft verzoeker de rechter gewraakt, maar weigerde hij de gronden voor wraking te motiveren ondanks een daartoe strekkende aanwijzing van de rechter.
De wrakingskamer van de rechtbank Gelderland overwoog dat op grond van artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een wrakingsverzoek gemotiveerd moet worden ingediend en dat alle feiten en omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen. Verzoeker verwees in zijn brief van 3 juli naar een termijn van tien dagen die de Raad van State hanteert voor het indienen van beroepsgronden, maar deze regeling is niet van toepassing op wrakingsverzoeken.
Omdat verzoeker zijn wrakingsverzoek niet op het moment van wraking heeft gemotiveerd en de faxbrief van 10 juli 2018 geen nieuwe gronden bevatte, werd het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld. De beslissing werd op 18 juli 2018 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker de gronden niet wilde noemen.