ECLI:NL:RBGEL:2018:3438
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Van der Mei
- Heenk
- Bierbooms
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in bestuursrechtelijke zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij zijn bestuursrechtelijke zaak tegen de Belastingdienst. Hij stelde dat de rechter hem tijdens de zitting de mond had gesnoerd en te veel insinuërende vragen had gesteld, wat zou duiden op partijdigheid. Tevens klaagde verzoeker over het proces-verbaal en de non-verbale communicatie van de rechter.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de rechter verzoeker voldoende gelegenheid heeft geboden zijn standpunt toe te lichten. De gestelde vragen van de rechter werden gezien als een actieve houding en nieuwsgierigheid naar het onderliggende conflict, niet als aanwijzing voor partijdigheid. Ook de vermeende ongeïnteresseerde houding werd niet bevestigd.
De rechtbank benadrukte dat een wraking alleen kan worden toegewezen bij bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren, wat hier niet het geval was. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende grond voor objectief gegronde vrees voor partijdigheid.