Eiser exploiteert een melkveebedrijf met diverse gebouwen en silo’s. Hij bracht afschrijvingskosten van de silo’s in mindering op de fiscale winst, maar de Belastingdienst corrigeerde dit omdat de silo’s als aanhorigheden aan gebouwen worden beschouwd en de bodemwaarde van die gebouwen was bereikt.
De kern van het geschil was of de silo’s zelfstandige bedrijfsmiddelen zijn of aanhorigheden van de stallen en schuur. Eiser stelde dat de silo’s een eigen functie vervullen en niet dienstbaar zijn aan de gebouwen. Verweerder stelde dat de silo’s voldoen aan het criterium van aanhorigheid zoals vastgesteld door de Hoge Raad in 1993.
De rechtbank past het criterium van de Hoge Raad toe en concludeert dat de silo’s vanwege hun ligging nabij de stallen en schuur en hun gebruik ten behoeve van de veevoer- en mestopslag dienstbaar zijn aan deze gebouwen. Daarom zijn de silo’s aanhorigheden en is de afschrijvingsbeperking terecht toegepast.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, evenals het beroep tegen de belastingrente. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.