Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2018
[eiser] te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
31 december 2018 voor ‘Ondersteuning thuis – Overnemen’.
Rechtbank Gelderland
Eiser, een 46-jarige man met chronische psychische problematiek en beperkte zelfredzaamheid, verzocht om een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg. Verweerder kende hem een maatwerkvoorziening toe in de vorm van zorg in natura (ZIN) en weigerde het pgb, omdat eiser niet zelfstandig en ook niet met hulp van zijn dochters het pgb op verantwoorde wijze kan beheren.
De rechtbank oordeelde dat het college slechts kan vaststellen dat een cliënt met hulp van zijn sociale netwerk een pgb kan beheren als de beoogde hulp daadwerkelijk heeft laten weten bereid te zijn deze taken uit te voeren. De dochters van eiser waren hiervoor niet bereid en waren niet betrokken bij gesprekken of de procedure. Daarnaast is de hulpverlener die het pgb zou beheren ook de zorgverlener die uit het pgb wordt betaald, wat belangenverstrengeling oplevert.
De rechtbank bevestigde dat de beleidsregel van verweerder die belangenverstrengeling als grond voor weigering noemt, redelijk is vastgesteld. Ook verwees de rechtbank naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die stelt dat een zorgaanbieder die uit het pgb wordt betaald geen gewaarborgde hulp kan zijn.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het pgb heeft geweigerd en de zorg in natura passend is. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het pgb wordt terecht geweigerd vanwege onvermogen verantwoord beheer en belangenverstrengeling.