Eiser, werkzaam sinds vijftien jaar in een coffeeshop, verzocht om een verlof voor het voorhanden hebben van wapens en munitie om zijn schietsporthobby te kunnen uitoefenen. De korpschef van de politie weigerde dit verlof op grond van de Wet wapens en munitie (Wmm), waarna verweerder het administratief beroep ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het gevaar dat eiser het verlof kan misbruiken, omdat hij in criminele kringen verkeert door zijn betrokkenheid bij drugshandel die niet formeel wordt gedoogd. De rechtbank acht aannemelijk dat eiser betrokken is bij de illegale bevoorrading van de coffeeshop, mede vanwege de beperkte personeelsomvang en het ontbreken van bewijs dat hij niet betrokken is bij de achterdeurproblematiek.
Eiser voerde diverse verweren aan, waaronder het ontbreken van een lijst met verboden beroepen, het bezit van een VOG en het vertrouwensbeginsel, maar deze werden verworpen. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.