Uitspraak
Meervoudige militaire kamer
“De ritmeester [gestrafte] heeft in strijd met het gegeven dienstbevel gehandeld door zich om te kleden van militairtenue naar burgertenue terwijl dit uitdrukkelijk verboden is door haar militair meerdere.”
- 5 juni 2018: de rapporteur dient een VRA-rapport in bij de commandant met daarbij een bijlage waarin staat dat gestrafte zijn opdracht aan haar om zich niet om te kleden heeft genegeerd;
- 11 juni 2018: de door de commandant ingevulde beschuldiging ingevolge het straffenformulier (18/001) wordt aan de gestrafte uitgereikt;
- 12 juni 2018: gestrafte levert om 09:00 uur het strookje in waarop zij heeft ingevuld dat zij kapitein [naam 3] als vertrouwensman wenst en tevens verzoekt om uitstel van het rapport, omdat haar vertrouwensman op oefening is en het vanwege haar opleiding lastig is een andere vertrouwensman te vinden. Op het strookje wordt de vraag of gestrafte bepaalde getuigen wenst te horen door gestrafte niet ingevuld. Gestrafte dient tevens een verweerschrift in. Het verzoek tot uitstel wordt afgewezen en om 13:35 uur stuurt de commandant telefonisch een bericht naar vertrouwensman [naam 3] met daarin de bijlage bij het VRA-rapport, zoals opgemaakt door de rapporteur. De vertrouwensman geeft hierop onmiddellijk aan dat hij het bericht ontvangen heeft. Op verzoek van de gestrafte voegt de commandant de eerste-luitenant [getuige 1] als getuige toe;
- 13 juni 2018: het onderzoek op rapport vangt om 08:31 uur aan. Aanwezig zijn: de commandant, gestrafte, vertrouwensman [naam 3] , de rapporteur, adjudant [getuige 5] en eerste-luitenant [getuige 1] (getuigen), alsmede de notulist. Het door de commandant ingevulde straffenformulier, waarin gestrafte schuldig wordt bevonden aan het negeren van een direct gegeven dienstbevel en waarin aan haar een geldboete wordt opgelegd, wordt om 14.00 uur door de commandant aan gestrafte in aanwezigheid van haar vertrouwensman uitgereikt.
- 15 juni 2018: de commandant ontvangt om 10:45 uur een door de gestrafte ingediend beklagschrift ex artikel 80b WMT. Hierin verzoekt zij onder andere om toelating van mr. B. Damen als vertrouwensman, welk verzoek niet wordt toegewezen door de beklagmeerdere;
- 18 juni 2018: de commandant stuurt om 16:53 uur per e-mail de documenten inzake het beklag van de gestrafte door naar de beklagmeerdere;
- 27 juni 2018: de commandant wordt door de beklagmeerdere gehoord. Hierna wordt gestrafte door de beklagmeerdere gehoord in aanwezigheid van vertrouwensman [naam 5] , de notulist en op enig moment (als getuige) ook chauffeur [getuige 4] . Vervolgens wordt de rapporteur door de beklagmeerdere gehoord, in aanwezigheid van de notulist. Om 16:56 uur mailt de commandant op verzoek van de beklagmeerdere het gespreksverslag betreffende het onderzoek in eerste aanleg naar de gestrafte;
- 28 juni 2018: eerste-luitenant [getuige 1] wordt gehoord door de beklagmeerdere. Gestrafte, haar vertrouwensman en de notulist zijn hierbij aanwezig;
- 1 juli 2018: het verslag van het gesprek d.d. 27 juni 2018 tussen de commandant en de beklagmeerdere wordt aan de gestrafte voorgelegd;
- 2 juli 2018: de vertrouwensman neemt, vanwege de vakantie van gestrafte in Frankrijk, telefonisch de verslagen van de hoorzittingen bij de beklagmeerdere door met de gestrafte.
- 3 juli 2018: vertrouwensman [naam 5] mailt de beklagmeerdere dat gestrafte één opmerking met betrekking tot haar eigen gespreksverslag heeft. Tevens vraagt deze vertrouwensman toestemming om schriftelijk vragen te mogen stellen aan de commandant naar aanleiding van hetgeen hij heeft verklaard. De beklagmeerdere stuurt dit bericht door naar de commandant en geeft hem opdracht om de vragen zo eenduidig mogelijk te beantwoorden;
- 4 juli 2018: de commandant geeft per e-mail antwoord op de vragen die gestrafte heeft gesteld;
- 5 juli 2018: de beklagmeerdere beslist op het beklag van de gestrafte, zoals hiervoor onder C. weergegeven.
- 6 juli 2018: de beklagmeerdere ontvangt van gestrafte een WhatsApp-bericht waarin zij aangeeft beroep in te stellen tegen de afwijzing van haar beklag. De beklagmeerdere vraagt hierop aan gestrafte om dit in een brief via een e-mailbericht aan hem te bevestigen. Vervolgens stelt hij de commandant hiervan in kennis;
- 8 juli 2018: de beklagmeerdere ontvangt de bevestiging per e-mail van gestrafte en stuurt deze door naar de commandant;
- 9 juli 2018:de commandant biedt het dossier per nota aan de militaire kamer in de Rechtbank Gelderland aan;
- 10 juli 2018: de beklagmeerdere mailt de ingevulde beklagformulieren naar gestrafte en naar de commandant.
in de gelegenheid moet stellenvragen te stellen aan de commandant, de getuigen en deskundigen. Echter, in het bepaalde in paragraaf 6640 van de Handleiding militair tuchtrecht wordt vermeld dat getuigen en/of deskundigen worden gehoord in aanwezigheid van de beschuldigde en, indien gekozen, de vertrouwensman. De militaire kamer is van oordeel dat dit – gelet op de inhoud van artikel 80l lid 2 WMT – in beginsel ook geldt ten aanzien van het horen van de rapporteur. Niet-naleving hiervan levert dan een vormverzuim op.
Dat het bevel enig militair dienstbelang dient te betreffen slaat op de inhoud van het bevel. Het is ongewenst het opvolgen van dienstbevelen afhankelijk te doen zijn van het oordeel van de bevelsontvanger omtrent de doelmatigheid der bevelen, derhalve wordt de vraag of de uitvoering van het bevel doelmatig is buiten beschouwing gelaten. Enig militair dienstbelang dient ruim te worden geïnterpreteerd. Van enig militair dienstbelang is slechts geen sprake indien het bevel een zuiver particuliere aangelegenheid betreft. Het is voor de mindere niet altijd mogelijk om te beoordelen of het hem gegeven bevel al dan niet een militair dienstbelang betreft.
BESLISSING:
verklaart zich bevoegdkennis te nemen van het beroep.
verklaarthet beroep
ontvankelijk.
bevestigt de beslissingwaartegen beroep is ingesteld, met de navolgende verbeteringen en aanvullingen ten aanzien van de bewezenverklaring en het beklagformulier: