Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beslissing
benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijkin haar vordering.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot aanranding van een voormalig verzorgde vrouw. De officier van justitie stelde dat de verklaringen van het slachtoffer consistent en geloofwaardig waren, ondersteund door getuigenverklaringen en omstandigheden rondom de gemoedstoestand van het slachtoffer. Verdachte ontkende de beschuldigingen en stelde dat de seksuele handelingen met wederzijds goedvinden hadden plaatsgevonden.
Tijdens de terechtzittingen op 21 september 2017 en 19 januari 2018 werden de verklaringen van verdachte en het slachtoffer tegenover elkaar gezet. De rechtbank constateerde dat de verklaringen fundamenteel van elkaar verschilden en dat het dossier onvoldoende duidelijkheid bood over wat daadwerkelijk was gebeurd. Andere bewijsmiddelen boden geen doorslaggevende steun aan het verhaal van het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit. Daarnaast werd de civiele schadevordering van het slachtoffer afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat deze vordering niet in het strafproces kon worden toegewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van poging tot aanranding; civiele schadevordering niet-ontvankelijk verklaard.