ECLI:NL:RBGEL:2018:468
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering winkelpanden en huurwaarden volgens HWK-methode in WOZ-zaak
Eiseres, eigenaar van twee winkelpanden aan een A-locatie in het centrum van een plaats, maakte bezwaar tegen de WOZ-waardering en de daarbij opgelegde onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2017. De waardering was vastgesteld op basis van de HWK-methode, waarbij de waarde wordt berekend door de huurwaarde te vermenigvuldigen met een kapitalisatiefactor.
De rechtbank oordeelt dat verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde huurwaarden en kapitalisatiefactoren niet te hoog zijn. Dit is onderbouwd met taxatierapporten van een WOZ-taxateur, die referentieobjecten in dezelfde winkelstraat gebruikte en rekening hield met factoren als oppervlakte en ligging. De door eiseres aangevoerde verschillen in oppervlakte en bouwjaar van referentieobjecten zijn volgens de rechtbank onvoldoende om de waardering aan te tasten.
Ook het bezwaar van eiseres tegen de waardering van de kelderruimte wegens vermeende vochtproblemen wordt verworpen, omdat de taxateur ter zitting verklaarde dat de kelder droog was en als opslagruimte werd gebruikt. Daarnaast is het door verweerder gehanteerde leegstandsrisico van 11% op de kapitalisatiefactor niet te laag geacht, gelet op de gemiddelde leegstand in de straat.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en ziet zij geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waardering en OZB-aanslag voor de winkelpanden zijn ongegrond verklaard.