ECLI:NL:RBGEL:2018:4680

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
29 november 2018
Publicatiedatum
1 november 2018
Zaaknummer
05/036521-18
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 135 Wetboek Militair StrafrechtArt. 136 Wetboek Militair StrafrechtArt. 137 Wetboek Militair Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij ongewild lossen schot met dienstwapen

Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 31 oktober 2017 nabij Schiphol het dienstvoorschrift niet zou hebben opgevolgd door zonder operationele noodzaak de trekker van zijn dienstwapen te overhalen, waardoor een schot werd gelost dat levensgevaar of gemeen gevaar voor anderen en goederen veroorzaakte.

De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak. De verdediging voerde aan dat geen sprake was van een dienstvoorschrift, geen handelingen aan het wapen waren verricht en dat opzet of schuld ontbrak.

De militaire kamer oordeelde dat het dienstvoorschrift wel degelijk van toepassing was en dat een schot met het dienstwapen was gelost. Echter, het ontbrak aan bewijs dat verdachte bewust de trekker overhaalde. Een alternatief scenario waarbij het OPS-vest van verdachte de trekker activeerde kon niet worden uitgesloten. Hierdoor kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk of nalatig handelde.

Op basis hiervan sprak de militaire kamer verdachte vrij van het tenlastegelegde. Het vonnis werd uitgesproken op 29 oktober 2018 door de rechtbank Gelderland, meervoudige militaire kamer te Arnhem.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor bewust overtreden van het dienstvoorschrift.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer : 05/036521-18
Datum uitspraak : 29 oktober 2018
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
raadsvrouw: mr. T.H. ten Wolde, advocaat te Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 oktober 2018.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij als militair, op of omstreeks 31 oktober 2017, te of nabij Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, het dienstvoorschrift Vaste Order Veiligheid Eskadron Hoog Risico Beveiliging (van 31 mei 2017), waarin (onder hoofdstuk 5.17) was voorgeschreven dat buiten de voorgeschreven procedures (de procedures die zien op het laden en ontladen van het wapen) het niet is toegestaan om zonder enige operationele noodzaak handelingen aan het wapen te verrichten, niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij, verdachte, aldaar opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, op de vertrekpassage 1 (ter hoogte van deur H), zonder enige operationele noodzaak de trekker van zijn (dienst)wapen (Heckler & Koch MP-5) heeft overgehaald, althans de trekker van dat wapen heeft beroerd, waardoor/waarbij/waarna door hem, verdachte, een (ongewild) schot werd gelost, althans uit dat wapen een schot werd gelost, terwijl daarvan/daardoor levensgevaar voor anderen en/of een ander, te weten de zich in de directe omgeving van verdachte bevindende heer [naam] , diens vrouw en diens kind, althans, gemeen gevaar voor de heer [naam] , diens vrouw en diens kind, in elk geval voor een of meer anderen en/of gemeen gevaar voor goederen, te weten de in de directe nabijheid van hem, verdachte, bevindende ramen en/of bebouwing en/of overige in de directe nabijheid van hem, verdachte, bevindende goederen is ontstaan, althans te duchten is geweest;

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat niet met zekerheid is vast te stellen dat de verdachte bewust de trekker van zijn dienstwapen heeft overgehaald.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integraal vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat geen sprake is van een dienstvoorschrift, dat verdachte geen ‘handelingen’ aan het wapen heeft verricht en er niet kan worden gesproken van opzet dan wel schuld op het schenden van het dienstvoorschrift.
Beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De militaire kamer overweegt hiertoe het volgende.
De militaire kamer stelt voorop dat de Vaste Order Veiligheid Eskadron Hoog Risico Beveiliging (van 31 mei 2017) is aan te merken als een dienstvoorschrift in de zin van artikel 135 van Pro het Wetboek van Militair Strafrecht. Voorts staat niet ter discussie dat er een schot is gelost met het dienstwapen van de verdachte, te weten een Heckler & Koch MP-5.
De militaire kamer dient de vraag te beantwoorden of de verdachte opzettelijk het dienstvoorschrift niet heeft opgevolgd, dan wel of dit aan zijn schuld te wijten is. De militaire kamer is van oordeel dat dit niet het geval is. Enige mate van bewustheid bij het overhalen van de trekker is hierbij namelijk essentieel. Niet is komen vast te staan dat verdachte bewust een fout heeft gemaakt door de trekker over te halen met zijn vinger. Het valt op basis van het voorhanden bewijs niet uit te sluiten dat de trekker is geactiveerd door een uitstekend deel van het OPS-vest dat verdachte op 31 oktober 2017 droeg. Gelet op dit alternatieve scenario kan de militaire kamer niet met zekerheid vaststellen dat verdachte bewust een fout heeft gemaakt en daadwerkelijk zonder enige operationele noodzaak een handeling aan het wapen heeft verricht.
De militaire kamer heeft, gelet op deze omstandigheden, niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte vrijspreken.

3.De beslissing

De militaire kamer
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter), mr. Y. van Wezel, rechters, en kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij en S.A. van Hout, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 oktober 2018.