ECLI:NL:RBGEL:2018:4757

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 oktober 2018
Publicatiedatum
6 november 2018
Zaaknummer
C// KG RK 18-871
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in familierechtelijke zaak

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.Th. van Belzen, rechter in een zaak betreffende de Raad voor de Kinderbescherming en een minderjarige. Zij stelde dat de rechter onjuist handelde door opvangouders en een medewerker van Jeugdzorg toe te laten bij een besloten zitting, en dat de rechter niet inhoudelijk op de hoogte was van de zaak.

De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek pas na de einduitspraak in de hoofdzaak bij de rechter bekend werd. De wet voorziet niet in wraking na een einduitspraak, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is. Een mondelinge behandeling van het verzoek vond niet plaats omdat het debat over de gegrondheid niet aan de orde was.

De wrakingskamer verklaarde het verzoek dan ook (kennelijk) niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK ARNHEM

Wrakingskamer
Zaaknummer: C/05/343555 KG RK 18-871
Beslissing van 25 oktober 2018
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster, strekkende tot de wraking van
mr. J.Th. van Belzen,
rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 30 september 2018, ontvangen op 2 oktober 2018.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer
C/05/339143/ JE RK 18/820 inzake de Raad voor de Kinderbescherming betreffende [de minderjarige] en als belanghebbenden verzoekster (moeder) en [vader] .
2.2.
Verzoekster heeft blijkens haar schriftelijke verzoek, het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. De rechter liet de opvangouders van [de minderjarige] bij de besloten zitting aanwezig zijn, ondanks dat daartegen bezwaar was gemaakt. Ook was iemand van Jeugdzorg bij de besloten zitting aanwezig. Zij deed alsof ze samen met de dame die namens de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig was, één partij was. De rechter liet dit toe. Als laatste punt voert verzoekster aan dat de rechter niet inhoudelijk van de zaak op de hoogte was en enkel afgaat op onwaarheden van haar ketenpartners.

3.De beoordeling

3.1.
Het wrakingsverzoek is blijkens de schriftelijke stukken bekend geworden bij de rechter op
3 oktober 2018. Op 2 oktober 2018 had de rechter in de hoofdzaak al een einduitspraak gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
4.
De wrakingskamer verklaart verzoekster (kennelijk) niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. H.P.M. Kester-Bik, M.J. van Lee en J.R. Veerman
in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.L. Miedema en in openbaar uitgesprokenop
25 oktober 2018.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.