Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 13 november 2018
[X] , h.o.d.n. [Y] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
- (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) over de jaren 2011 tot en met 2014, alsmede
- naheffingsaanslagen omzetbelasting over de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2014, deze laatsten uitsluitend voor wat betreft [Y] .
Overwegingen
- de administratie gevoerd moet worden op een manier, zodat te allen tijde de fiscale verplichtingen uit de administratie moeten kunnen blijken;
- de administratie moet voor ambtenaren van de Belastingdienst toegankelijk en controleerbaar zijn;
- de administratie moet gedurende 7 jaar worden bewaard.
- inkomstenbelasting 2011 t/m 2014 van de heer [X] ;
- omzetbelasting over de periode 01-01-2011 t/m 31-12-2014 van de heer [X] voor wat betreft “ [Y] ” ( [000] .B01).
Beschikking
Door deze handelswijze zijn de detailgegevens definitief verwijderd.
Z-afslagen, de pin-afslagen en de kladbriefjes weggegooid
- De heer [X] maakt op verzoek van de klant een factuur op. De facturen zijn op verschillende manieren genummerd De ene keer wordt de factuurdatum gebruikt, de andere keer het jaartal gevolgd door een nummer. Artikel 35a Wet op de omzetbelasting 1968 schrijft voor dat op een factuur moet worden vermeld een opeenvolgend nummer, met een of meer reeksen, waardoor de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd.
- Op de volgende data in 2013 zijn er meer pinontvangsten geweest dan dat er aan ontvangsten geboekt zijn in het kasboek:
€ 3.102 negatief.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;