Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 9 juni 2017 waarbij het college van gedeputeerde staten van Gelderland een Wnb-vergunning verleende aan een veehouderij voor uitbreiding van de veestapel. De vergunning leidt tot een toename van stikstofdepositie, waarbij voor bepaalde hexagonen meer dan 60% van de ontwikkelingsruimte in segment 2 is benut.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:795) en concludeert dat de vergunning voor uitbreiding van vleeskalveren boven 336 dieren geschorst moet worden. Dit omdat de vergunde situatie nog niet volledig is gerealiseerd en de toename van depositie een risico vormt.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, waarbij de provincie wordt veroordeeld tot vergoeding van het door verzoekers betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt niet in een bodemprocedure. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.