ECLI:NL:RBGEL:2018:5044

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 november 2018
Publicatiedatum
26 november 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 4199
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.7 WnbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing Wnb-vergunning melkgeitenhouderij vanwege stikstofdepositie

Bij besluit van 7 maart 2017 verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland een Wet natuurbeschermingsvergunning (Wnb-vergunning) aan een melkgeitenhouderij voor uitbreiding van het bedrijf en een toename van de veestapel. Verzoekers stelden beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening om de vergunning te schorsen, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de vergunde situatie leidt tot een toename van stikstofdepositie op hexagonen waar meer dan 60% van de ontwikkelingsruimte is benut. Tevens is de vergunde situatie nog niet volledig gerealiseerd, maar de uitbreiding van de veestapel overschrijdt de toegestane aantallen in bepaalde categorieën. Gelet op de jurisprudentie van 9 maart 2018 werd de vergunning geschorst voor zover deze verdere uitbreiding mogelijk maakt.

De voorzieningenrechter wees het verzoek toe, veroordeelde het college in de proceskosten van € 501 en gelastte vergoeding van het griffierecht van € 338 aan verzoekers. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is onherroepelijk.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de Wnb-vergunning wordt geschorst voor verdere uitbreiding van de veestapel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 18/4199

uitspraak van de voorzieningenrechter van

op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker 1], te [woonplaats],

[verzoeker 2],te [woonplaats],
verzoekers (gemachtigde: mr. V. Wösten),
en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 maart 2017 heeft verweerder aan de [vergunninghouder] een vergunning verleend zoals bedoeld in artikel 2.7, tweede en derde lid, van de Wet Natuurbescherming (Wnb-vergunning).
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 13 augustus 2018 heeft verweerder toestemming gegeven om uitspraak te doen zonder zitting.
Bij brief van 15 augustus 2018 hebben verzoekers toestemming gegeven.
De [vergunninghouder] heeft zich niet als derde-partij gesteld.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. In de uitspraak van 9 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:795, rechtsoverweging
8.4, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uiteengezet in welke gevallen aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van Wnb-vergunningen die zijn verleend met toepassing van het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 en de daarbij behorende regelgeving die vanaf
1 juli 2015 van kracht is.
4. Verzoekers hebben onder verwijzing naar die uitspraak verzocht de Wnb-vergunning voor de melkgeitenhouderij van de [vergunninghouder] aan de [locatie] in [woonplaats] te schorsen. Uit informatie van verweerder leiden verzoekers af dat de vergunde situatie leidt tot een toename van depositie op hexagonen waarvoor meer dan 60% van de ontwikkelingsruimte in segment 2 is toegedeeld en dat de vergunde situatie niet is gerealiseerd.
5. Bij brief van 13 augustus 2018 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de vergunning voor schorsing in aanmerking komt.
6. De Wnb-vergunning voor de melkgeitenhouderij aan de [locatie] in [woonplaats] voorziet in een uitbreiding van het bedrijf en een toename van de veestapel. Deze uitbreiding leidt tot een toename van depositie waarvoor bij de Wnb-vergunning ontwikkelingsruimte is toegedeeld. Uit informatie die het college heeft verstrekt volgt dat de depositietoename onder meer plaatsvindt op een aantal hexagonen waarvoor meer dan 60% van de beschikbare ontwikkelingsruimte in segment 2 is uitgegeven. De vergunde situatie is volgens het college nog niet volledig gerealiseerd. Er zijn geen dieren aanwezig in de categorie “opfokgeiten tot en met 60 dagen”, waar de vergunning 100 stuks toestaat en er zijn 307 dieren aanwezig in de categorie “opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar”, waar de vergunning 275 dieren toestaat. Dit is meer dan vergund, maar wisseling tussen vergunde diercategorieën van dezelfde diersoort is mogelijk. De vergunning staat daarnaast 1150 dieren toe in de categorie “geiten ouder dan 1 jaar”. Hiervan zijn 282 dieren aanwezig. Gelet op het onder 8.4 van de uitspraak van 9 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:795 overwogene ziet de voorzieningenrechter aanleiding de vergunning te schorsen voor zover die een verdere uitbreiding van de hiervoor beschreven veestapel van 307 dieren in de categorie “opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar” en 282 dieren in de categorie “geiten ouder dan 1 jaar” en uitbreiding met dieren in de categorie “opfokgeiten tot en met 60 dagen” mogelijk maakt.
7. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
8. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.
9. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 501 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 501 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
schorst het besluit van 7 maart 2017, voor zover de daarbij verleende vergunning een verdere uitbreiding van de hiervoor beschreven veestapel van 307 dieren in de categorie “opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar” en 282 dieren in de categorie “geiten ouder dan 1 jaar” en uitbreiding met dieren in de categorie “opfokgeiten tot en met 60 dagen” mogelijk maakt;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers ten bedrage van € 501;
gelast dat verweerder het door verzoekers betaalde griffierecht van € 338 aan hen vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Vogel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.J. Litjens, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.