ECLI:NL:RBGEL:2018:5091

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
28 november 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 866
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 AWRArt. 7:1 AwbArt. 8:1 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitblijven reactie op verzoeken om gesprek en betalingsregeling

Eiser heeft meerdere verzoeken ingediend bij de Belastingdienst, waaronder verzoeken om een gesprek, klachten en betalingsregelingen. Omdat verweerder niet heeft gereageerd op deze verzoeken, heeft eiser beroep ingesteld wegens het uitblijven van een uitspraak op bezwaar.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de ingediende beroepen niet ontvankelijk zijn omdat zij niet zien op een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking, zoals vereist op grond van artikel 26 AWR Pro en artikelen 7:1 en 8:1 Awb. Verzoeken om een gesprek of betalingsregeling vallen hier niet onder.

De rechtbank heeft het wrakingsverzoek van eiser afgewezen en verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 4 december 2018.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet ziet op een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking.

Uitspraak

RechtbanK gelderland
Team belastingrecht
zaaknummers: AWB 18/866 en AWB 18/868

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer

van 4 december 2018

in de zaken tussen

[X] , wonende te [Z] , eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

Eiser heeft diverse malen verzocht om een gesprek met verweerder, klachten bij verweerder ingediend en verzoeken om betalingsregelingen gedaan. Eiser heeft beroep ingediend wegens het uitblijven van uitspraken op bezwaar.

Zitting

Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2018. Bij uitspraak van de meervoudige wrakingskamer van 10 juli 2018 is het wrakingsverzoek van eiser afgewezen.
Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 20 november 2018. Eiser is daar, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde] .

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Met betrekking tot de rechtsgang bij besluiten die zijn genomen ingevolge de belastingwet brengen artikel 26 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) en de artikelen 7:1 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) met zich dat slechts bezwaar en beroep kan worden ingesteld, indien het betreft een belastingaanslag, daaronder begrepen de in artikel 15 van Pro de AWR voorgeschreven verrekening, of een voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Omtrent de verzoeken om betalingsregelingen heeft verweerder bij brief van 28 mei 2018 aan de rechtbank een overzicht gegeven van de stand van zaken zoals die op dat moment volgens verweerder is. Er zijn geen openstaande verzoeken om een betalingsregeling waarop nog niet door verweerder is beslist. Eiser heeft daarnaast verzocht om een gesprek met verweerder en om een afschrift van zijn dossier.
3. In dit geval is geen sprake van een bezwaar tegen een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking als hiervoor bedoeld. Van het uitblijven van een uitspraak op bezwaar kan dus ook geen sprake zijn.
4. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.J. Engel, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J.P. Wientjens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 4 december 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.