4.5Verweerder heeft de gestelde verzending van het primaire besluit op of omstreeks
14 november 2016 dus evenmin aannemelijk heeft gemaakt. Van een vermoeden van ontvangst van het primaire besluit op of omstreeks 14 november 2016 is dan geen sprake. Aan de vraag of eiser de ontvangst van het primaire besluit geloofwaardig heeft ontkend, komt de rechtbank dan ook niet toe.
5. Dit betekent dat de bezwaartermijn van zes weken eerst is gaan lopen op
10 februari 2018, de dag na het moment waarop verweerder het primaire besluit op de voorgeschreven wijze aan eiser bekend heeft gemaakt, namelijk door dit desgevraagd op
9 februari 2018 aan eiser toe te zenden. Eiser heeft vervolgens bij brief van 13 februari 2018 en daarmee binnen de termijn bezwaar gemaakt.
6. Slotsom is dat verweerder het bezwaar van eiser ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verweerder dient alsnog inhoudelijk op het bezwaar van eiser te beslissen.
7. De rechtbank acht termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb en om verweerder te veroordelen in de door eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs gemaakte proceskosten, welke zijn begroot op € 1002 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van 501 en een wegingsfactor 1) aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Van andere kosten in dit verband is de rechtbank niet gebleken.
4. Beslissing
- verklaart het beroep gegrond,
- vernietigt het bestreden besluit,
- draagt verweerder op om met inachtneming van deze uitspraak op het bezwaar van eiser te beslissen,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van 1002;
- bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 46 aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Raat, rechter, in tegenwoordigheid van A.A. Hommel, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.