Eisers hebben een tegemoetkoming in planschade gevorderd vanwege het bestemmingsplan “Centrum fase-1” dat hun perceel en exploitatie van een horecagelegenheid beïnvloedt. Verweerder kende aanvankelijk een vergoeding toe, maar verklaarde het bezwaar ongegrond na een second opinion die het planologisch nadeel betwistte.
De rechtbank oordeelt dat het planologisch nadeel wel aanwezig is, omdat het nieuwe bestemmingsplan hogere bouwmogelijkheden kent die de zichtbaarheid en bezonning nadelig beïnvloeden, wat niet vergelijkbaar is met het oude bestemmingsplan. Inkomensschade wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband met het bestemmingsplan. Belastingschade komt niet voor vergoeding in aanmerking.
De rechtbank vernietigt het besluit op bezwaar, maar laat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand omdat de toegekende vergoeding overeenkomt met het vastgestelde planologisch nadeel minus het normaal maatschappelijk risico. Tevens stelt de rechtbank vast dat verweerder niet tijdig heeft beslist, waardoor een dwangsom van €610 wordt opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.