ECLI:NL:RBGEL:2018:5374
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijs en gevolgen van opzegging mondelinge aannemingsovereenkomst voor perronkappen
De zaak betreft een geschil tussen twee besloten vennootschappen over de totstandkoming en opzegging van een mondelinge aannemingsovereenkomst voor de vervaardiging van perronkappen inclusief sedumdakbedekking.
De rechtbank heeft bewijs geleverd dat partijen op 19 januari 2016 definitieve overeenstemming bereikten over de opdracht voor een totaalprijs van 1,8 miljoen euro. Er was voorafgaand een bijeenkomst op 8 januari 2016 waar nog onzekerheden bestonden, maar nadien bevestigde de opdrachtgever telefonisch de opdracht. Diverse getuigenverklaringen ondersteunen dit beeld, ondanks tegenstrijdige verklaringen over het al dan niet sluiten van een overeenkomst op 8 januari.
De opdrachtgever heeft de overeenkomst opgezegd, waarna de rechtbank toepassing geeft aan artikel 7:764 lid 2 BW Pro. Dit houdt in dat de opdrachtgever de volledige prijs voor het werk moet betalen, verminderd met de besparingen die de aannemer door de opzegging bespaart. De aannemer heeft een bedrag aan besparingen van ruim 1,4 miljoen euro gesteld, zodat een vergoeding van circa 387.000 euro resteert. De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van de toepasselijkheid van de UAV 2012 toe, met uitzondering van het arbitraal beding dat reeds eerder was vernietigd.
De rechtbank wijst verder de vordering tot vergoeding van gemaakte kosten af omdat deze geacht worden verdisconteerd in de overeengekomen prijs. De opdrachtgever krijgt gelegenheid om aanvullende bespaarde kosten te specificeren, waarna de aannemer kan reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Er is een mondelinge aannemingsovereenkomst gesloten op 19 januari 2016 en de opdrachtgever moet de volledige prijs minus besparingen betalen; vernietiging van de UAV 2012 behalve het arbitraal beding.