ECLI:NL:RBGEL:2018:5411

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 december 2018
Publicatiedatum
14 december 2018
Zaaknummer
C/05/344890/KG RK 18-947
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 160 SvArt. 162 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid in civiele procedure

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die haar zaak behandelde, omdat de rechter weigerde aangifte te doen van vermeend onrechtmatig handelen door de eisende partij. Verzoekster stelde jarenlang te zijn gestalkt en bedreigd door de eisende partij en diens deurwaarder.

De rechtbank overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, welke moet worden onderbouwd met concrete feiten. Het enkele feit dat de rechter geen aangifte deed, vormt geen aanwijzing voor vooringenomenheid.

Verzoekster bracht geen andere feiten aan ter onderbouwing van haar wrakingsverzoek. De rechtbank concludeerde dat de rechter onpartijdig was gebleven en wees het verzoek af. De beslissing is onherroepelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/344890 KG RK 18/947
Beslissing van 6 december 2018
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster],
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. D.M.I. De Waele,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het mondelinge wrakingsverzoek van 26 oktober 2018
- een e-mailbericht van verzoekster van 6 november 2018
  • het schriftelijke verweer van de rechter van 27 november 2018
  • een aanvullende schriftelijke reactie van verzoekster van 2 december 2018.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling van 3 december 2018 zijn verzoekster en de rechter beiden, met bericht, niet verschenen.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter als kantonrolrechter in de zaak met nummer 7111811 CV EXPL 18-2915/806 tussen verzoekster als gedaagde partij en Menzis Zorgverzekeraar N.V. als eisende partij.
2.2.
Tijdens de zitting van de kantonrolrechter op 26 oktober 2018 in de onder 2.1. genoemde zaak bleek dat de eisende partij bij conclusie van repliek om doorhaling van de zaak had verzocht. Volgens het proces-verbaal van de zitting heeft de rechter verzoekster om haar standpunt ten aanzien van het verzoek om doorhaling gevraagd. Verzoekster heeft hierop aangegeven hiermee niet akkoord te gaan en dat er sprake is van onrechtmatig handelen van de eisende partij. Volgens verzoekster is zij jarenlang gestalkt, bedreigd met brieven en andere dingen door de eisende partij en de deurwaarder. Verzoekster heeft hierop de rechter verzocht om op grond van artikel 160 van Pro het Wetboek van Strafvordering (aangezien artikel 160 een Pro kennelijke verschrijving in het proces-verbaal betrof is dit inmiddels gecorrigeerd naar artikel 162 van Pro het Wetboek van Strafvordering) als bevoegd ambtenaar aangifte te doen van dit strafbaar feit. De rechter heeft aan verzoekster meegedeeld dat zij geen aangifte zal doen. Hierop heeft verzoekster de rechter gewraakt en heeft zij de zitting verlaten.
2.3.
Volgens verzoekster is er sprake is van een schijn van partijdigheid, omdat de rechter heeft geweigerd om de verzochte aangifte te doen.
2.4.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna voor zover nodig besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
De rechter heeft verklaard dat haar niets bekend is omtrent enig strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat uit het enkele feit dat de rechter geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek van verzoekster om aangifte tegen eisende partij te doen niet kan worden afgeleid dat sprake was van enige vooringenomenheid van de rechter. Verzoekster heeft geen andere feiten of omstandigheden gesteld om haar verzoek tot wraking te onderbouwen. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.

4.De beslissing

de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door de mr. L. van Gijn (voorzitter), mr. S.J. Peerdeman en
mr. A.F. Germs-de Goede, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.B. Wichman, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2018.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.