Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2018
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente Nijmegen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- verzoeker op 30 september 2016 is aangehouden in verband met overtreding van artikel 26 lid Pro i van de WWM. Hiervoor heeft hij een geldboete van € 700,- gekregen;
- verzoeker op 9 december 2012 door de Centrale Autoriteit van de Bondsrepubliek Duitsland is aangehouden voor het in bezit en in het economisch verkeer brengen van vals geld. Hiervoor is hem een geldboete opgelegd van € 2500,00;
- verzoeker in 1997 diverse keren met Justitie in aanraking is geweest wegens overtreding van diverse artikelen uit respectievelijk de Wet Milieubeheer, de Wet Arbeid Vreemdelingen, Wet economische Delicten en de Vleeskeuringswet.
- toezichthouders op 29 september 2018 tijdens een controle hebben geconstateerd dat geen leidinggevende aanwezig was in de inrichting aan de [adres 1] terwijl deze lokaliteit op dat moment wel geopend was voor het publiek. Dit is een overtreding van artikel 24 lid 1 onder Pro a van de DHW;
- op 21 april 2017 door toezichthouders is geconstateerd dat er in de inrichting aan het [adres 4] ook geen leidinggevende aanwezig was gedurende de openstelling van deze lokaliteit voor het publiek. Hiervoor heeft verweerder bij brief van 2 juni 2017 een waarschuwing opgelegd;
- op 16 november 2017 is geconstateerd dat er in de inrichting aan het [adres 4] wederom geen leidinggevende aanwezig is terwijl de lokaliteit wel voor het publiek is opengesteld. Hiervoor heeft verweerder bij besluit van 24 januari 2018 een bestuurlijke boete van €1020,00 opgelegd;
- op 1 april 2018 artikel 2.1.5.1 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) is overtreden door zonder objectenvergunning een parasolvoet in de weg te verankeren. Op 8 mei 2018 is verzoeker veroordeeld tot het betalen van een geldboete van € 230,00;
- tijdens een controle op donderdag 22 november 2018 is geconstateerd dat verzoeker artikel 20, eerste lid, van de DHW heeft overtreden door in de inrichting aan de [adres 1] bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.