Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
beschikking gezag
[de vader]
Het verloop van de procedure
De feiten
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum] ;
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum] ;
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde het verzoek van de moeder en stiefvader om gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen toe te kennen. De ouders waren in 2004 gehuwd en gescheiden door een Turkse rechter in 2016, waarbij het gezag aan de moeder werd toegekend. De minderjarigen wonen sinds 2011 in Nederland en hebben zich daar geworteld.
De rechtbank oordeelde dat op grond van Brussel II bis-verordening zij bevoegd is, maar dat de Turkse gezagsbeslissing niet erkend kan worden omdat deze is genomen vóór de inwerkingtreding van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 in Turkije en de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland was. Hierdoor is er geen eenhoofdig gezag van de moeder ontstaan.
De vader is onbereikbaar en zijn verblijfplaats onbekend, waardoor zijn gezag op grond van artikel 1:253r BW van rechtswege is geschorst. De moeder oefent daarom alleen het gezag uit. Het verzoek om gezamenlijk gezag toe te kennen wordt afgewezen omdat de wettelijke voorwaarden, waaronder de driejarige termijn van alleen gezag, niet zijn vervuld. De rechtbank neemt een verstaansbeslissing op dat de moeder alleen gezag heeft en draagt op dit in het gezagsregister op te nemen.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen en de moeder oefent van rechtswege alleen het gezag uit.