ECLI:NL:RBGEL:2018:5756

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 september 2018
Publicatiedatum
6 februari 2019
Zaaknummer
U18_825
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag toevoeging rechtsbijstand en proceskostenvergoeding

In deze zaak heeft eiser een aanvraag ingediend voor een toevoeging voor rechtsbijstand, welke door verweerder in het primaire besluit van 8 november 2017 werd afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, waarop verweerder in het bestreden besluit van 3 januari 2018 het bezwaar gegrond verklaarde en alsnog een toevoeging verleende. Echter, in beroep was enkel de vraag aan de orde of verweerder de proceskosten van eiser diende te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich terecht op het standpunt stelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenvergoeding. Eiser had pas in de bezwaarfase aangegeven dat de toevoeging zou worden gebruikt voor een afzonderlijke procedure, terwijl hij in de aanvraag had ingevuld dat de soort rechtsbijstand 'nog niet bekend' was. De rechtbank concludeerde dat het verzoek om proceskostenvergoeding moest worden afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Post, in aanwezigheid van griffier R.G. van den Berg, en is openbaar uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 18/825

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. O.F.X. Roozemond),
en

de Raad voor Rechtsbijstand te Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 november 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.
Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 3 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2018. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Rutten.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan eiser in het bestreden besluit alsnog een toevoeging (4MR9605) heeft verleend. Hierdoor is tussen partijen nog slechts in geschil of verweerder de proceskosten van eiser dient te vergoeden.
2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestaat om eiser een proceskostenvergoeding te verlenen. In dat kader heeft verweerder van belang mogen achten dat eiser pas voor het eerst in de bezwaarfase heeft aangegeven dat de toevoeging zal worden gebruikt voor het voeren van een (afzonderlijke) procedure. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de gemachtigde van eiser in de toevoegingsaanvraag bij ‘soort rechtsbijstand’ heeft ingevuld: ‘nog niet bekend’. Dit terwijl de gemachtigde van eiser bij dit veld ook ‘procedure’ had kunnen invullen, zoals de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft toegelicht.
3. Gelet op het voorgaande dient het verzoek om vergoeding van de proceskosten te worden afgewezen.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R.G. van den Berg, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.