Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 juli 2017
- het proces-verbaal van de zitting van 21 september 2017
- het B9-formulier van mr. Anik van 15 november 2017
- het B16-formulier van mr. Jonker van 11 december 2017.
Rechtbank Gelderland
Partijen zijn na een affectieve relatie uit elkaar gegaan waarbij de vrouw en man hoofdelijk aansprakelijk zijn voor twee hypothecaire leningen, terwijl alleen de man eigenaar is van de panden. De vrouw vorderde onder meer betaling van €10.000, ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid, en gedwongen verkoop van de panden.
De rechtbank oordeelde dat de man verplicht is de vrouw te informeren over de verzoeken aan de banken om haar uit de aansprakelijkheid te ontslaan en daaraan mee te werken, met een dwangsom bij niet-nakoming. De vordering tot gedwongen verkoop van de panden werd afgewezen omdat dit een te zware inbreuk op het eigendomsrecht van de man vormt en de vrouw onvoldoende zwaarwegende redenen had aangevoerd.
De vordering tot betaling van €10.000 werd afgewezen wegens verjaring, omdat de relatie in 2011 eindigde en de vordering niet binnen vijf jaar schriftelijk was ingesteld. De rechtbank compenseerde de proceskosten zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis werd op 24 januari 2018 gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw grotendeels af en veroordeelt de man alleen tot informatieverstrekking over hypotheekverzoeken onder dwangsom.