Eiseres, Stichting Zorgbelang Gelderland, ontving sinds 1993 subsidies van verweerder, gedeputeerde staten van Gelderland. In 2014 werd een subsidie verleend voor 2014-2016, die onherroepelijk werd. In 2015 werd de structurele subsidierelatie per 1 januari 2017 beëindigd. Verweerder gaf in november 2016 aan dat de egalisatiereserve bij het einde van de subsidierelatie zou worden teruggevorderd, waarop eiseres bezwaar maakte. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en eiseres stelde beroep in.
De rechtbank oordeelt dat de mededeling van verweerder geen besluit is in de zin van de Awb, omdat het geen nieuwe verplichting oplegt maar slechts een weergave is van een bestaande verplichting tot terugbetaling van de egalisatiereserve die voortvloeit uit de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 en 1998. De plicht tot terugbetaling is een vorm van ontneming van eigendom en vereist een specifieke wettelijke grondslag, die hier aanwezig is.
De rechtbank concludeert dat de mededeling niet vatbaar is voor bezwaar en dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres vanwege een onjuiste redenering over de ontvankelijkheid.