Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 5 januari 2018;
- het schriftelijke verweer van de rechter van 18 januari 2018.
Rechtbank Gelderland
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. W.H. van Empel, rechter in een civiele zaak, omdat zij meenden dat de rechter niet onpartijdig was. Zij voerden aan dat de rechter naliet een belangrijke getuige te horen, geen waarneming ter plaatse uitvoerde en geen voorlopige voorziening trof, terwijl de zaak al naar rol was verwezen voor vonnis. Tevens werd een vermeend 'één-tweetje' met de wederpartij aangevoerd als bewijs van partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die onpartijdigheid aantonen en dat het wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend zodra de feiten bekend zijn. Verzoekers waren vanaf begin december 2017 bekend met de gronden, maar dienden het verzoek pas op 5 januari 2018 in, wat te laat was. Geen bijzondere omstandigheden rechtvaardigden deze vertraging.
Daarom verklaarde de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk en behandelde zij het verzoek niet inhoudelijk. Tevens benadrukte de rechtbank dat procedurele klachten niet via wraking maar via rechtsmiddelen zoals hoger beroep kunnen worden aangevochten, tenzij sprake is van onbegrijpelijke beslissingen die duiden op vooringenomenheid, wat hier niet is vastgesteld.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun wrakingsverzoek wegens te late indiening.