ECLI:NL:RBGEL:2018:778
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderopvangtoeslag wegens onjuiste inschrijving toeslagpartner in BRP
Eiser maakte bezwaar tegen de terugvordering van kinderopvangtoeslag over 2015, omdat de Belastingdienst zijn ex-partner als toeslagpartner had aangemerkt op basis van de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Hoewel de ex-partner tot 25 augustus 2015 in de BRP op het adres van eiser stond ingeschreven, leefden zij feitelijk al vanaf oktober 2014 gescheiden. De ex-partner verbleef tijdelijk op een recreatieterrein en kon zich daar niet inschrijven.
Eiser overlegde verklaringen van de eigenaar van het recreatieterrein en een medewerker van de GGD die bevestigen dat de ex-partner feitelijk niet meer op het adres van eiser woonde. De Belastingdienst erkende deze feiten maar hield vast aan de BRP-inschrijving als uitgangspunt, omdat de uitzondering in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder c van de Uitvoeringsregeling Awir volgens hen niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat eiser met het bewijs heeft aangetoond dat de inschrijving in de BRP onjuist was en dat de uitzondering op de hoofdregel wel degelijk van toepassing is, ook als het feitelijke woonadres afwijkt van het adres van de adreswijziging in de BRP. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de Belastingdienst op een nieuw besluit te nemen zonder de ex-partner als toeslagpartner aan te merken. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Belastingdienst moet een nieuw besluit nemen zonder de ex-partner als toeslagpartner aan te merken.