Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres], te [woonplaats] eiseres
de Raad van Bestuur van het Erasmus MC te Rotterdam, verweerder
de Staat der Nederlanden (de Minister voor Rechtsbescherming), derde-partij.
Procesverloop
Overwegingen
- van de jaren 2011, 2012 en 2013 de registratieformulieren 3a, 3b, 3c en 5;
- van het jaar 2014 de registratieformulieren 2a, 2b, 2c en 3.
- het deelnemernummer in de registratieformulieren 3 en 5;
- het adres in registratieformulier 5.
- nummer DEC-advies,
- protocolnummer,
- data vergaderingen DEC,
- andere data,
- “OZP” en “onderzoeksplan”,
- ondertekening waarbij geen persoonsnaam en geen naam van de DEC is vermeld, en
- bijlage 0367, pagina 3, eerste regel, na de woorden “PDK akkoord”.
- nummer DEC-advies,
- protocolnummer,
- data vergaderingen DEC, en
- andere data
- “OZP” en “onderzoeksplan”,
- ondertekening waarbij geen persoonsnaam en geen naam van de DEC is vermeld, en
- bijlage 0367, pagina 3, eerste regel, na de woorden “PDK akkoord”,
- beroep niet-tijdig 1 punt
- behandeling beroep niet-tijdig op zitting 1 punt
- gewicht van beroepen niet-tijdig 0,5
- beroep tegen besluit 1 punt
- behandeling ter zitting 1 punt
- gewicht van de beroepen 1
- samenhangende zaken 15/3986 en 15/3996 factor 1
- waarde per punt € 512
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen het niet tijdig beslissen op de aanvragen van 10 maart 2014, 19 juni 2014 en 26 maart 2015 gegrond;
- vernietigt het met een besluit gelijkgesteld niet tijdig beslissen op de aanvragen van 10 maart 2014, 19 juni 2014 en 26 maar 2015;
- stelt de hoogte van de ingevolge artikel 4:17 van Pro de Awb door verweerder verschuldigde drie dwangsommen vast op elk € 1.260;
- verklaart de beroepen tegen de besluiten van 14 oktober 2016 gegrond;
- vernietigt de besluiten van 14 oktober 2016, voor zover aangegeven in de overwegingen 30 en 31:
- vernietigt de primaire besluiten van 27 augustus 2015, voor zover aangegeven in de overwegingen 30 en 31, en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten van 14 oktober 2016;
- draagt verweerder op nieuwe besluiten op bezwaar te nemen, voor zover aangegeven in de overwegingen 30 en 31;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan eiseres van een schadevergoeding van € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de Minister voor Rechtsbescherming) tot betaling aan eiseres van een schadevergoeding van € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.