Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 1 april 2019
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
4. Loonheffingen
Boete
(…).”
€ 16.519) en ook het eigen vermogen van de vennootschap was negatief. Ook heeft [A] een lening (rekening-courant) verstrekt aan eiseres om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank echter niet de conclusie dat in het geheel geen gebruikelijk loon in aanmerking genomen dient te worden; er zijn immers werkzaamheden verricht waarvoor [A] beloond dient te worden. De rechtbank zal, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, het gebruikelijk loon in goede justitie vaststellen op € 1.500 per maand, dat wil zeggen € 9.000 voor 2016 en € 13.500 voor 2017.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot een aanslag gebaseerd op een loon van € 22.500 over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017;
- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikking;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.278;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres dient te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;