Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[belanghebbende sub 1],
[belanghebbende sub 2],
Rechtbank Gelderland
De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland heeft op 8 april 2019 een beschikking gegeven waarbij de onderhandse verkoop van een woning en bijbehorende grond is goedgekeurd, conform art. 3:268 lid 2 BW Pro. Geen van de belanghebbenden heeft bezwaar gemaakt tegen deze goedkeuring.
Daarnaast is geoordeeld dat de hypotheekgevers na levering van het onderpand aan de koper op grond van art. 525 lid 3 Rv Pro tot ontruiming kunnen worden gedwongen. Dit geldt ook na een onderhandse executieverkoop, hoewel deze strikt genomen buiten de reikwijdte van art. 525 lid 3 en Pro 546 Rv valt, omdat er geen proces-verbaal van toewijzing is. De rechtbank volgt de interpretatie dat de koper na levering dezelfde rechten heeft als bij een openbare executieverkoop.
De rechtbank benadrukt dat de ontruiming niet eerder kan plaatsvinden dan na inschrijving van de levering in het kadaster op grond van art. 3:89 BW Pro. Tevens is vastgesteld dat een hypotheekhouder die voor levering tot ontruiming wil overgaan, een apart verzoek kan indienen op grond van art. 3:267 BW Pro, maar dat hier geen dergelijk verzoek lag.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de uitspraak is in het openbaar gedaan door mr. G.A. van der Straaten.
Uitkomst: De rechtbank keurt de onderhandse executie goed en verklaart dat hypotheekgevers na levering tot ontruiming kunnen worden gedwongen, met ontruiming pas na inschrijving.