Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[derde belanghebbende]te [woonplaats].
Rechtbank Gelderland
Eiser maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor een mantelzorgunit die op 26 april 2018 was verleend. De bezwaarperiode van zes weken begon op 27 april 2018, de dag na de correcte bekendmaking van het besluit aan de aanvrager. Eiser diende zijn bezwaar pas op 18 juni 2018 in, na het verstrijken van de termijn op 7 juni 2018.
Eiser voerde aan dat hij pas op 12 juni 2018 de omvang van de zorgunit kon zien en daarom te laat was met bezwaar. De rechtbank oordeelde echter dat eiser al op 9 mei 2018 kennis had van de vergunning via publicatie en dat hij voldoende gelegenheid had om eerder bezwaar te maken of navraag te doen. De termijnoverschrijding werd daarom niet als verschoonbaar beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.