Op 21 mei 2015 vond te Hedel een dodelijk bedrijfsongeval plaats waarbij een werknemer viel uit een kooiaap die kantelde. Verdachte, als vestigingsmanager en leidinggevende, werd ten laste gelegd dat hij diverse artikelen van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit had overtreden, waaronder het niet opnemen van het risico van het werken met de kooiaap in de RI&E, onvoldoende instructie en toezicht op het gebruik van de veiligheidsgordel, en het ontbreken van de gebruikershandleiding op de kooiaap.
De officier van justitie stelde dat verdachte als feitelijk leidinggevende bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat het ongeval zou kunnen plaatsvinden en eiste een werkstraf. De verdediging voerde aan dat verdachte geen voorwaardelijk opzet had, dat de RI&E was opgesteld door een brancheorganisatie zonder betrokkenheid van verdachte, dat werknemers voldoende waren geïnstrueerd en gecertificeerd, en dat toezicht buiten het bedrijf praktisch onmogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het ontbreken van het risico van de kooiaap in de RI&E, er voldoende maatregelen waren genomen om het risico te beperken. Verdachte had voldoende instructies gegeven en toezicht gehouden binnen het bedrijf, en het ontbreken van de gebruikershandleiding op de kooiaap was niet relevant voor het ontstaan van levensgevaar. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde overtredingen.