Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 22 november 2017
- de bij brief van 5 januari 2018 overgelegde producties 24 en 25 namens [eiseres]
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 15 maart 2018
- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van 8 juni 2018
- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van 4 september 2018
- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van 11 december 2018
- de brief van 19 december 2018 waarbij Achmea laat weten af te zien van het horen van
- de conclusie na getuigenverhoor
- de akte niet dienen verleend op 6 maart 2019.
2.De verdere beoordeling
Ik ben op Marktplaats of een andere website gaan kijken naar auto’s. Toen kwam ik de Mercedes tegen. Ik weet niet meer precies op welke website. Daarover heb ik het met de heer [getuige 1] gehad. Ik wilde graag naar de auto kijken al had ik geen idee hoe ik dat zou moeten bekostigen. Ik ben met de heer [getuige 1] de auto gaan bekijken bij de Zorgwinkel in Den Haag. De heer [getuige 1] heeft de afspraak gemaakt om te komen kijken. Ik heb personen in de Zorgwinkel gezien maar weet niet wie de verkoper is. Wij hebben met de auto in een paar straten in de buurt rondgereden, zo’n 5 à 10 minuten, en hebben de auto toen weer teruggebracht. Ik wilde de auto heel graag hebben maar wist niet hoe deze te financieren. Er werd een bedrag genoemd van boven de € 40.000,00. Een lening afsluiten bij een bank vond ik bezwaarlijk. Het zal geweest zijn in de periode tussen juli en september 2014.
Ik ben gaan kijken naar een auto voor haar op internet zoals Marktplaats, Gaspedaal. Ik kwam een auto tegen die niet zo ver bij ons vandaan was, ook in Den Haag. Ik ben daar zelf alleen gaan kijken, maar dat was een andere auto, wel hetzelfde type. Ik heb het met mevrouw [eiseres]over dit type auto gehad. Ze was verbaasd dat ik met zo’n type auto kwam.
Ik had een paar maanden een Mercedes met open dak. Dat zal vier jaar geleden geweest zijn. Een paar maanden tevoren had ik de auto gekocht voor een bedrag van rond de € 48.000,00. (…)
Ik ben de broer van [getuige 2] . Ik heb haar gebeld en het ging over een auto, de Mercedes. Deze Mercedes stond bij mij in de stalling. Zij had hem gekocht, maar nog niet verzekerd. Dat betekent dat de auto van de openbare weg moet. Toen heeft ze contact opgenomen met mij en is de auto bij mij in de stalling gekomen. Ik meen me te herinneren dat dat in oktober/november is geweest.Een paar maanden later belde mijn zus dat ze een koper voor de auto had gevonden. Ik heb de auto voor haar zaak in Den Haag geparkeerd. Ik weet niet wat haar bedoelingen met de auto zijn geweest. Nadat de koper was geweest ben ik de auto weer gaan ophalen en heb hem weer in de stalling gezet.Twee weken later nam mijn zus contact op en vertelde dat de koper alsnog had besloten om de auto te nemen. Toen heb ik ervoor gezorgd dat de auto weer voor haar zaak geparkeerd stond.”
Mr. De Ruiter vraagt of ik een Mercedes op mijn naam heb gehad. Het klopt. Ik heb een Mercedes uit Duitsland ingevoerd, maar ik weet daar het kenteken niet van. De auto had een Duits kenteken. Het ging om een opknappertje. Ik heb er tussen € 15.000,-- en € 16.000,-- voor betaald inclusief kosten invoer. Er waren maar een paar dingetjes aan. Er was een verstoring in de verlichting en de interieurverlichting deed het niet. De auto zal een jaar of 2, 3 oud zijn geweest. Ik blijf bij wat ik tot nu toe verklaard heb.Omdat de reparatie van de auto te maken had met elektronica storingen, heb ik de auto vervolgens met verlies van de hand gedaan. Ik weet niet meer aan wie ik hem destijds heb verkocht.
het is toch fijn om in een cabriolet te rijden– maar dan niet in staat is om de verzekeringspremie op te brengen omdat [getuige 2] in verband met haar registratie niet voor een gangbare verzekering in aanmerking kwam. Zij heeft de auto direct bij de RDW geschorst en bij haar broer onder gebracht, omdat hij niet op de openbare weg mocht staan. Uit de verklaring van de broer, [getuige 4] , blijkt dat hij de auto steeds onder zich heeft gehad en dat hij de auto bij de bezichtiging in Den Haag voor de zorgwinkel van [getuige 2] heeft geparkeerd en na de proefrit weer van de openbare weg heeft gehaald. Ook hier valt op dat de broer van [getuige 2] een groter aandeel in de bemoeienissen met de auto heeft gehad en de rol van [getuige 2] eruit bestaat dat de auto op haar naam is geregistreerd. Tot slot is daar de verklaring van [getuige 3] , die voor een bedrag tussen € 15.000,00 en € 16.000,00 een Mercedes uit Duitsland heeft ingevoerd, maar zich daarvan niet meer het kenteken herinnert. Daarom kan niet worden vastgesteld dat deze Mercedes de auto is geweest waarover onderhavige procedure wordt gevoerd. Het enkele feit dat [eiseres] [getuige 3] uit het uitgangscircuit in Den Haag kende, maakt niet dat zij wist dat deze auto was ingevoerd voor een bedrag van € 15.000,00, zoals Achmea heeft aangevoerd.
5.370,00(5 punten × tarief € 1.074,00)