ECLI:NL:RBGEL:2019:1781
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Jue
- J.H. van Breda
- H.J.M. Besselink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding APV handel in drugs in Ermelo
Eiser is door verweerder een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Ermelo, gericht op het tegengaan van handel in drugs op openbare plaatsen. De overtredingen vonden plaats op 1 en 15 augustus 2017, waarbij politieonderzoek onder meer 23 wikkels cocaïne en GHB aantoonde. Tevens werd op 19 november 2017 een nieuwe overtreding vastgesteld met drie wikkels cocaïne.
Eiser voerde aan dat er geen sprake was van overtreding en dat de dwangsom onbevoegd was opgelegd. De rechtbank oordeelde dat op basis van de politieverklaringen, forensisch onderzoek en jurisprudentie over handelshoeveelheden harddrugs aannemelijk is dat eiser betrokken was bij drugshandel en daarmee artikel 2:74 APV Pro heeft overtreden. De dwangsom is proportioneel en subsidiariteit is in acht genomen.
Hoewel de rechtbank constateerde dat verweerder bij de beslissing op bezwaar niet gelijktijdig heeft beslist op bezwaar tegen het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit, waardoor de beslissingen op bezwaar in strijd met de wet zijn genomen, vernietigt zij deze besluiten maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beslissingen op bezwaar wegens procedurele fouten, maar laat de rechtsgevolgen van het dwangsombesluit en invorderingsbesluit in stand en veroordeelt verweerder in proceskosten en griffierecht.