ECLI:NL:RBGEL:2019:1966
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring voor recht huurgebruik en veroordeling tot ontruiming gehuurde
In deze zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat hij op basis van een huurgebruiksovereenkomst uit 2006 gerechtigd is het gehuurde te gebruiken tot eind 2020. De curator van de failliete eigenaar betwist de rechtsgeldigheid van deze overeenkomst en vordert ontruiming van het gehuurde.
De rechter beoordeelt of sprake is van een schijnhandeling en stelt dat eiser de stelplicht en bewijslast draagt om het bestaan en de inhoud van de overeenkomst aannemelijk te maken. Eiser heeft onvoldoende concrete onderbouwing geleverd, zoals het ontbreken van een deugdelijke ondertekening, bewijs van afspraken, en bewijs van de verzorging van paarden.
De curator heeft bovendien betwist dat er afspraken zijn gemaakt en wijst op tegenstrijdigheden, zoals het gebruik van een lettertype dat pas na de datum van de overeenkomst beschikbaar was. De rechter concludeert dat de overeenkomst niet is komen vast te staan.
Daarom wijst de rechter de verklaring voor recht af en veroordeelt eiser tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde dwangsom en machtiging tot ontruiming door de curator worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verklaring voor recht wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen.