ECLI:NL:RBGEL:2019:1979
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig ingediend beroepschrift
Betrokkene kreeg op 6 december 2017 een sanctie opgelegd wegens parkeren zonder vergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders. In de beschikking werd aangegeven dat het beroepschrift uiterlijk op 17 januari 2018 moest zijn ingediend. Het beroepschrift dat door betrokkene werd ingediend, werd op 17 mei 2018 ontvangen, wat na de termijn was.
Betrokkene stelde dat hij al op 10 januari 2018 digitaal beroep had ingesteld en toonde aan dat hij die dag had ingelogd in het digitale systeem van de CVOM. Echter, hij kon niet aantonen dat hij het beroepschrift daadwerkelijk had verzonden. De officier van justitie leverde bewijs dat betrokkene tijdens zijn sessies niet op de knop 'versturen' had gedrukt.
De rechtbank oordeelde dat een beroepschrift tijdig is ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen. Omdat het beroepschrift te laat was ontvangen en er geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten, verklaarde de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde dit oordeel en kon daarom niet inhoudelijk op de bezwaren tegen de sanctie ingaan.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken onder strikte voorwaarden. De uitspraak werd op 19 april 2019 in Arnhem openbaar uitgesproken door kantonrechter Derksen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.