ECLI:NL:RBGEL:2019:2244
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.L. de Jongh
- H.J. Klein Egelink
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toekenning Extra Kosten Thuis binnen Wet langdurige zorg
Eiseres, een minderjarige met een ernstig meervoudige handicap, ontving op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) een persoonsgebonden budget (pgb) voor intensieve begeleiding en verzorging. Zij verzocht om Extra Kosten Thuis (EKT) ter ontlasting van haar moeder, die tevens haar wettelijk vertegenwoordiger en zorgverlener is. Verweerder kende in 2016 een pgb inclusief EKT toe, maar schrapte dit in 2017 omdat de EKT niet werd gebruikt voor het aangevraagde doel.
Na bezwaar en beroep stelde verweerder dat het pgb toereikend was om doelmatige zorg in te kopen en dat EKT alleen kan worden toegekend indien met het pgb niet op doelmatige wijze kan worden voorzien in toereikende zorg. De rechtbank overwoog dat het zorgprofiel en de wettelijke bepalingen geen pgb voor permanent toezicht of 24-uurs zorg toestaan, tenzij dit binnen de zorgfunctie begeleiding valt.
De verpleegkundige van verweerder had vastgesteld dat een budget van € 50.422,39 per jaar voldoende is voor doelmatige zorg. Het toegekende budget van ruim € 81.000 was daarmee ruim toereikend om de moeder te ontlasten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit tot afwijzing van EKT ongegrond, wees het beroep tegen het eerdere besluit af wegens gebrek aan belang, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep op toekenning van Extra Kosten Thuis wordt ongegrond verklaard omdat het toegekende pgb voldoende is voor doelmatige zorg en ontlasting van de mantelzorger.