De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat veroordeelde heeft genoten uit de productie van amfetamine. De rechtbank nam kennis van het vonnis waarin veroordeelde is veroordeeld wegens medeplegen van voorbereidingshandelingen op grond van de Opiumwet.
Op basis van bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen en het Nederlands Forensisch Instituut werd vastgesteld dat op het perceel te Laren op grote schaal amfetamine werd geproduceerd via de Leuckartmethode. De rechtbank berekende het wederrechtelijk verkregen voordeel op circa €394.758,40, rekening houdend met opbrengsten en kosten.
Omdat veroordeelde geen inzicht gaf in de betrokkenheid van anderen, werd het voordeel pondspondsgewijs verdeeld en veroordeelde tot betaling van de helft, €197.379,20, aan de Staat verplicht. De rechtbank legde deze ontnemingsmaatregel op op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.