ECLI:NL:RBGEL:2019:2455
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Onherroepelijke vaststelling verlies 2013 en afwijzing afwaardering lening 2014
Eiser, enig aandeelhouder van een vennootschap, had een geldlening verstrekt aan zijn eigen B.V. en nam in de aangifte inkomstenbelasting 2013 een verlies ter zake van deze lening in aanmerking. Dit verlies werd door de Belastingdienst niet geaccepteerd, waarna het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De aanslag over 2013 is daardoor onherroepelijk geworden.
In de aanslag 2014 werd het nog te verrekenen verlies uit 2013 meegenomen, maar eiser stelde dat een onjuiste verliesverrekening had plaatsgevonden en dat in 2014 een afwaardering van de lening mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat de verliesvaststelling over 2013 definitief is en dat bezwaar tegen de verrekening in 2014 niet mogelijk is.
Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de lening in 2014 oninbaar was. De rechtbank baseerde zich op de balans van de vennootschap per 31 december 2017, waaruit bleek dat het eigen vermogen positief was en er mogelijk voldoende kapitaal beschikbaar zou komen. Hierdoor was geen reden voor afwaardering van de lening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 5 juni 2019 door rechter Geerling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2014 wordt ongegrond verklaard vanwege onherroepelijke verliesvaststelling 2013 en onvoldoende bewijs voor afwaardering lening 2014.